Een kozijn dat gaat piepen, een raam dat klemt of een kruk die ineens doorslaat: negen van de tien keer ligt dat niet aan het profiel en niet aan het glas, maar aan het hang- en sluitwerk. Dat is het bewegende deel van uw raam, en het enige onderdeel dat elke dag belast wordt. Toch krijgt het bij een offerte zelden meer dan één regel. Zonde, want juist hier zit het verschil tussen een raam dat na twintig jaar nog soepel loopt en een raam waar u met uw heup tegenaan moet duwen.
Hieronder staat wat er precies onder valt, welk beslag bij welk raamtype hoort, wat de kwaliteitsnormen erover zeggen, en hoe u het onderhoudt. Ook aan de kust, waar het regime strenger is.
Wat valt er onder hang- en sluitwerk?
Het hang-werk zorgt dat het raam beweegt, het sluit-werk zorgt dat het dichtblijft. Samen gaat het om:
- Scharnieren en het draaikiepbeslag. Bij een draaikiepraam is dat geen los scharnier maar een systeem: een schaararm bovenin, een hoekoverbrenging en een onderpen die het gewicht draagt.
- De espagnolet. De stang die rondom in de sponning van de draaiende vleugel loopt en de sluitpunten aanstuurt.
- De sluitpunten en sluitplaten. De nokken op de espagnolet grijpen achter de plaatjes in het vaste kozijn. Hoeveel er zijn, bepaalt hoe goed het raam aandrukt en hoe lastig het open te wrikken is.
- De kruk, de krukstift en de rozet. Het enige deel dat u dagelijks aanraakt, en het deel dat als eerste speling krijgt.
- Sloten en cilinders bij deuren, plus eventueel een kierstandhouder of een raamuitzetter.
- De afdichtingsrubbers. Strikt genomen geen beslag, maar ze bepalen samen met de sluitpunten of het raam echt dicht is.





























