Een raam dat scheef hangt, over de dorpel sleept of aan de bovenkant is losgeschoten: bijna iedereen noemt dat "het scharnier is stuk". Soms klopt dat. Vaker is het draaipunt zelf nog prima en zit het probleem in een onderdeel ernaast, of is er niets kapot en is het raam alleen verkeerd bediend. Dit artikel gaat daarom niet over hang- en sluitwerk in het algemeen, maar over dat ene punt waar het raam aan hangt: wanneer u dat los kunt vervangen, wanneer dat niet kan, en waarom een kunststof kozijn zich hier anders gedraagt dan een houten.
Bij een draaikiepraam is het scharnier geen scharnier
Een ouderwets draairaam draait op paumelles of opdekscharnieren: twee of drie losse ijzers, elk met een pen, geschroefd in het kozijn en in de vleugel. Kapot betekent daar meestal ook echt kapot, en vervangen is dan overzichtelijk werk.
Bij een draaikiepraam ligt het anders. Daar hangt de vleugel aan een samenwerkend systeem van onderdelen die in een groef rondom het raam liggen:
- het onderhoeklager, dat het volledige gewicht van de vleugel draagt en het draaipunt onderaan vormt;
- het schaarlager bovenin, waar de vleugel bij het draaien om scharniert;
- de uitzetschaar of schaararm, die de vleugel bij de kiepstand aan de bovenkant naar binnen laat vallen en op afstand houdt;
- de hoekoverbrengingen in de hoeken van de vleugel, die de beweging van de kruk doorgeven naar boven en naar de sluitzijde;
- de nokken en sluitplaten langs de omtrek, die het raam aandrukken.





























