In vrijwel elke offerte voor nieuwe kozijnen duikt het woord op: montage op stelkozijn. Soms staat er zelfs een voorbehoud bij, in de trant van "mits het bestaande stelkozijn herbruikbaar is". Dat voorbehoud is geen slag om de arm, het is de post die achteraf het meeste kan schelen. Dit artikel legt uit wat een stelkozijn is, welke eisen eraan gesteld worden, en waar de beslissing over uw eigen kader op neerkomt.
Wat is een stelkozijn?
De bouwkundige omschrijving is kort: een stelkozijn is "een raamwerk dat tijdens het metselen in de muuropening wordt aangebracht en waartegen men later, in de afbouwfase, het montagekozijn (het eigenlijke kozijn) plaatst" (bron: joostdevree.nl).
Het zit er dus eerder dan uw kozijn. Tijdens de ruwbouw wordt het kader in de opening gezet, waarna de metselaar ertegenaan kan werken. Het echte kozijn komt pas veel later, als er geen natte specie, gips of beton meer in de buurt is. Dat scheelt beschadigingen, en het maakt het mogelijk om de gevel al waterdicht te sluiten voordat de kozijnen er zijn.
In een bestaande woning is het stelkozijn simpelweg het kader dat u ziet zodra het oude kozijn eruit gaat: het houten of kunststof frame dat rondom in de muuropening vastzit en waar uw huidige kozijn tegenaan sluit.
Let op één verwarring. In bouwmarkten heet een compleet houten binnendeurkozijn ook wel stelkozijn. Dat is een ander product, voor een binnendeur, en het heeft niets te maken met het kader in uw gevel.





























