Wie een huis uit de wederopbouwjaren koopt, komt ze nog geregeld tegen: smalle stalen ramen met enkel glas, vastgezet met stopverf, meestal in een betonnen of houten omlijsting. Ze zien er strak uit en ze zijn sterk. Maar ze zijn ook de koudste plek van de hele gevel. Dit artikel zet op een rij wat u met stalen kozijnen kunt doen, welke drie routes er zijn, wat elk van die routes oplevert en waar u op moet letten voordat er iemand een beitel in de sponning zet.
Waarom staal zo slecht isoleert
Het probleem zit niet in het glas alleen. Staal geleidt warmte uitstekend, veel beter dan hout of kunststof. Een stalen profiel zonder thermische onderbreking loopt dus van binnen naar buiten door als één ononderbroken warmtebrug. De warmte die uw verwarming maakt, verdwijnt via het metaal naar buiten, en de koude van buiten komt langs dezelfde weg naar binnen.
Dat merkt u aan drie dingen. Het profiel voelt in de winter ijskoud aan. Er slaat condens neer op het metaal en op de ruit, die vervolgens op de vensterbank druipt. En de kamer voelt tochtig, ook als er geen echte kier zit: koude lucht zakt langs het koude oppervlak naar beneden, en dat voelt als tocht terwijl het koudeval is. Wat condens precies betekent en wanneer het wel of niet zorgelijk is, staat in condensvorming op kozijnen.
Daar komt het enkele glas bij. Enkel glas zit op een U-waarde van ongeveer 5,8 W/m²K. Ter vergelijking: ouder dubbel glas zit rond 2,8, HR++ op 1,2 en triple op 0,6 tot 0,7. Hoe die getallen zich tot elkaar verhouden en waarom een goed profiel net zo belangrijk is als een goede ruit, leest u in de U-waarde van kozijnen uitgelegd.





























