Vervangt u oude, tochtige kozijnen door nieuwe, luchtdichte exemplaren, dan verdwijnt tegelijk de "toevallige" ventilatie waar de woning eeuwenlang op leunde. Zonder een ventilatierooster in het nieuwe kozijn kan dat vochtproblemen en zelfs schimmel opleveren. Dit artikel legt uit waarom een rooster nodig is, hoe het werkt, wat de types verschillen en wat het kost. Wilt u het meteen doorrekenen: in de configurator stelt u uw kozijn samen, met of zonder ventilatierooster, en ziet u direct de richtprijs.
Waarom heeft een nieuw kozijn een ventilatierooster nodig?
Oude kozijnen met kierende sponningen en enkel of oud dubbel glas laten ongemerkt lucht door: koud, tochtig, maar ook een bron van verse lucht. Vervangt u zo'n kozijn door een luchtdicht kunststof of aluminium exemplaar met HR++ of triple glas, dan valt die toevallige luchttoevoer weg. Vocht uit koken, douchen en ademhaling kan dan niet meer weg via de kieren en slaat eerder neer als condens op het glas of, erger, als schimmel op muren en kozijnen.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving, dat sinds 1 januari 2024 het Bouwbesluit heeft vervangen, stelt daarom eisen aan ventilatie van een verblijfsruimte: minimaal 0,7 dm³ lucht per seconde per vierkante meter vloeroppervlak, met een ondergrens van 7 dm³/s per ruimte, en voor een heel verblijfsgebied 0,9 dm³/s per vierkante meter. Een keuken met een opstelplaats voor een kooktoestel vraagt minimaal 21 dm³/s (bron: iPLO, regels voor ventilatie, gebaseerd op NEN 1087). Minimaal de helft van die toevoerlucht moet rechtstreeks van buiten komen. Een ventilatierooster in het kozijn is een simpele, veelgebruikte manier om aan die eis te blijven voldoen zonder mechanische installatie.





























