Wie op zoek gaat naar nieuwe kozijnen komt al snel een reeks afkortingen tegen: VKG, KOMO, SKG en soms ook het Politiekeurmerk Veilig Wonen. Op offertes en op de website van leveranciers duiken deze logo's overal op, maar wat toetsen ze eigenlijk, en wat heeft u er als woningeigenaar concreet aan? Dit artikel zet de belangrijkste keurmerken voor kozijnen op een rij: waar ze voor staan, wat ze wel en niet garanderen, en waar u op let bij het vergelijken van offertes.
Waarom bestaan er kozijnkeurmerken?
Een kozijn is een product dat u niet elk jaar vervangt en dat vanaf dag één moet functioneren: het moet windproof zijn, niet doorbuigen bij storm, geen water doorlaten en het glas op zijn plek houden. Omdat een koper dat aan de buitenkant niet kan controleren, testen onafhankelijke instituten producten en productieprocessen vooraf. Een keurmerk is dus geen verkooppraatje, maar het bewijs dat een onafhankelijke partij is gaan meten in plaats van vertrouwen op een belofte.
Voor kozijnen zijn er in Nederland grofweg drie soorten keurmerken relevant: een brancheorganisatie-keurmerk (VKG), een productcertificaat voor bouwkwaliteit (KOMO) en een certificaat voor inbraakwerendheid van hang- en sluitwerk (SKG). Ze overlappen elkaar deels, maar toetsen niet hetzelfde.





























